Dao De Jing
道 德 经
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81
Daodejing I. 21.
| 以 此 | 吾 何 以 知 眾 甫 之 狀 哉 | 其 名 不 去 以 閱 眾 甫 | 自 古 及 今 | 其 精 甚 真 其 中 有 信 | 窈 兮 冥 兮 其 中 有 精 | 恍 兮 惚 兮 其 中 有 物 | 惚 兮 恍 兮 其 中 有 象 | 道 之 為 物 惟 恍 惟 惚 | 孔 德 之 容 惟 道 是 從 |
De alomvattendheid van de grote deugd komt enkel van Dao,
en wat wij Dao noemen is ongrijpbaar en onbepaald,
In het is onbepaald en ongrijpbaar het beginsel;
in het zijn ongrijpbaar en onbepaald de dingen;
in het is ondoorgrondelijk de kracht.
De kracht is heel echt; die kun je zien.
Tot ver terug in de tijd is haar werking onveranderd;
zo kan ik tot het begin aller dingen doordringen.
en wat wij Dao noemen is ongrijpbaar en onbepaald,
In het is onbepaald en ongrijpbaar het beginsel;
in het zijn ongrijpbaar en onbepaald de dingen;
in het is ondoorgrondelijk de kracht.
De kracht is heel echt; die kun je zien.
Tot ver terug in de tijd is haar werking onveranderd;
zo kan ik tot het begin aller dingen doordringen.